De stad blijft zich maar verder vullen met Frans-geïnspireerde, bistro-ingestoken nieuwe zaken. Klassiek Frans is het Nieuw Amsterdams, zeg maar. Terwijl het eigenlijk zo oud als de weg naar Rome is. En hoe leuk al deze nieuwe zaken wel niet zijn, met de Nacional aan het Leidseplein als de laatste aanwinst, toch zijn er in de stad nog wel een aantal zaken die op dit vlak ook het vermelden waard zijn. En al jaren weten dat het brasserie eten ongeëvenaard lekker is.

Flo 1

Zo is Brasserie Flo er eentje van het kaliber die je gewoon op je lijst met bistro-to-go’s erbij kunt zetten. Of liever: kunt laten staan. Om voor het eerst of juist te herontdekken.  Waar je met een gerust hart je (schoon)ouders mee naar toe kunt nemen, maar ook je zakenrelatie of je je-ne-sais-quoi die je op dat moment voorhanden hebt om samen een avondje te genieten. Flo is namelijk voor iedere setting een aanrader, zolang het maar niet te hipperig hoeft te zijn. Zelfs een vleugje oubolligheid kan verdragen. En als dat het geval is, dan kun je bij Flo genieten van de klassiekers, met het rood pluche in je rug. Want zo hoort dat nu eenmaal bij een zaak als Flo. Van steak tartare tot aan escargots. Van de sole meunière tot aan crème brulée.

Flo 2Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot voor kort zelf nog geen voet over de drempel had gezet bij deze zaak. En dat terwijl ik groot fan ben van het grote Flo-broertje in Reims. Wat mij betreft veruit de favoriet bij een korte pitstop in de champagne om een doosje of 1, 2 of 3 bubbels in te laden op weg naar of van het jaarlijkse vakantieadres. Omdat je hier op alle mogelijke manieren kunt genieten van de legendarische combinatie bubbels en fruits de mer. Inclusief niet te vergeten de licht chagrijnige maîtres, zoals je die alleen maar in Frankrijk kunt vinden. Alsof ze het ooit zelf hebben uitgevonden. Een heerlijke combinatie, ik kan niet anders zeggen.

Maar hoe grandioos ik deze brasserie in Reims dus wel niet vind, was het kleine Nederlandse zusje aan het Rembrandtplein tot voor kort nog steeds niet bezocht. Misschien uit angst dat ik – na zoveel goede ervaringen in Reims te hebben gehad – in Nederland de zaak slechts volledig gedesillusioneerd zou gaan verlaten.

Flo 3En ja, ik moet toegeven dat de maîtres ietwat jonger zijn uitgevallen dan bij de Franse equivalent, zij het vak wellicht wat minder tot kunst verheven hebben, en vooral niet zo heerlijk hautain zijn, maar gewoonweg beleefd en vakkundig. Maar daar blijft het bij. De Amsterdamse Flo is wat mij betreft een zaak die dus wat meer aandacht verdient dan hij nu krijgt daar in het verdomhoekje van het Rembrandtplein, schurend tegen de spelonken van de Cool Down. Het is namelijk buitengewoon goed toeven in Flo. Zelfs wanneer je de champagne voor de gelegenheid eens achterwege laat, en de glazen laat vullen met een mooie wit uit de Loire. Vis moet immers zwemmen, net als de oesters die eraan vooraf gingen. Goede tip voor de twijfelaars of de nog iets minder onderrichte oesterliefhebber: bestel vooral de proeverij. Inclusief uitleg over de smaakbeleving en de ultieme volgorde om deze schandalig lekkere schelpjes te verorberen, en dus een perfecte manier om het diner te starten.

Met een gelukzalige lach op mijn gezicht liep ik hier ‘s avonds dus weer naar buiten. En dat kwam niet alleen door de overheerlijke Dame Blanche (loved it!) die ik als derde gang nog even naar binnen had mogen werken. Nee, het was alsof ik even op een mini-vakantie was geweest. Genoten had in Reims. En dat te midden van de tourist traps op het Rembrandtplein. Dus bij deze besloten: als een etentje dat bij je teweeg kan brengen, dan moet je dat vooral dus nog een keertje doen. Waarbij ik wel moet zeggen dat ik de volgende keer de vis laat voor wat het is en me volledig te buiten zal gaan aan het echte werk: een Plateau Fruits de Mer. De Royal-variant om precies te zijn. Who’s with me?

Brasserie Flo

Amstelstraat 9

 


Het is weer zwoele heterigheid in de stad. En laten we hopen dat dat ook nog even zo gaat blijven. Voor de fanatieke niet-tijdens-het-hoogseizoen-op-vakantie-gaande Amsterdammer zijn dit namelijk legendarische maanden. Ja natuurlijk is het even op je tanden bijten zodra je merkt dat Jan en Alleman om je heen de spullen aan het verzamelen is, het werk aan het afronden, en de stekker eruit trekt. Een ritueel waar jijzelf stiekem eigenlijk ook maar al te graag aan mee zou willen doen, je tas voor zou willen pakken en erbij in de auto wil gooien. Maar ja. Kennelijk niet dit jaar. En laten we wel wezen. You always have a choice, heb ik inmiddels geleerd, en in mijn geval is dat genieten van 020 in plaats van richting La Douce France of juist die verre exotische bestemming bezoeken. En look on the bright side. Voor je het weet is iedereen weer terug op zijn plek en is alles weer bij het oude.

En tot die tijd scheuren wij gewoon de stad door. Op zoek naar heerlijk zomerse adresjes. Een van de zaken die al een tijdje op mijn verlanglijst stond, was Calf & Bloom. Tijdens de filet americain-tiplijst kregen wij namelijk de tip dat het broodje filet van deze zaak grandioos is. Zijn weerga niet kent. Om je vingers bij af te likken is. Laten we het voor het gemak maar eens een omfietsbroodje noemen. Want als je dat over wijn kunt zeggen, dan geldt dat natuurlijk ook voor eten. En zo geschiedde. Omfietsen dus. Richting Singel, voor de verandering eens afbuigend naar het Muntplein. Een gedeelte van het centrum waar ik normaal gesproken zo hard mogelijk aan voorbij trap, op naar mijn eigenlijk plaats van bestemming. Maar nu dus even niet.

foto-34

Met in mijn rug de drukte van de Kalvertoren, waar je als een beetje inwoner liever niet dood gevonden wilt worden, schoof ik aan op het terras. En ik moet zeggen….. Lekker dat het was! Niet alleen het broodje, want ja, daarvoor mogen de complimenten wel even richting de eigenaren van Calf & Bloom. Maar het terras… Je moet misschien de incidentele file – vooral op drukke dagen in de binnenstad – die voorlangs rijdt aan je broodje filet even voor lief nemen, maar dan heb je ook wat. Een zonovergoten terras, bijna plek gegarandeerd omdat maar weinig mensen langs dit gedeelte van de Singel paraderen, en had ik het al over de zon gehad? Dit is zo’n plek waar je, zodra je in het zonnetje gaat zitten, eigenlijk niet meer op zou willen staan. Omdat er gewoonweg geen obstakel is die de zon uit je gezicht zou kunnen halen. Oh ja, en dat broodje is dus ook nog eens een heerlijk hapje om je tanden in te zetten. Met een prima dosis truffelmayonaise, op een stokje van Menno. Niets meer aan doen. Enter after-lunchdip en genieten maar…

Dus voor iedereen op wie van toepassing: fijne vakantie mensen, en graag weer tot in augustus! Ik neem in de tussentijd met liefde de honneurs wel waar. Amsterdam als plaats van zomerse bestemming is immers ook zo gek nog niet.

Calf & Bloom

Singel 461

 

 


Het centrum van Amsterdam. In de zomermaanden een groot bolwerk van krioelende toeristen, rondzeulend met overtollige bagage, levensgrote plattegronden en vooral elkaar. De een vrij helder van geest, op zoek naar de culturele kanten van onze stad, de ander wat meer, ach noem het beneveld, dankzij een bezoekje aan de coffeeshop op de hoek. In alle soorten, in alle maten, al is dat laatste wel enigszins continent-gebonden, dat moge duidelijk zijn.

En ik ben er dol op. Vooral midden in het centrum, in de nauwe straatjes achter het Rokin, waar je sjezend op je fiets de een na de ander de schrik van hun leven geeft door op het laatste moment aan je bel te trekken wanneer je erlangs moet. Ok, ok, I have to admit, ook ik lever mijn bijdrage aan het ongeëvenaarde imago van de Amsterdamse fietser dat in het buitenland heerst. Maar dat terzijde. Er gaat wat mij betreft namelijk ook niets boven toeristje kijken. Vooral als het een beetje druilerig weer is en je de hem/haar’s in unisex poncho’s aan je voorbij kan zien schuifelen.

foto 1En gelukkig zijn er tussen de woekerende tourist traps in dit gebied een paar fijne adresjes om hier in optima forma van te kunnen genieten. Een van deze juweeltjes is De Broodbar. Onopvallend, op een hoekje van de Kloveniersburgwal. Want laat ik het zo zeggen: je moet van goede huize komen om vanaf de buitenkant in een keer deze zaak op waarde te kunnen schatten. Maar eenmaal over de drempel, dan wil je daar eigenlijk nooit meer weg. Want hier geniet je met volle teugen. Van het langsscharrelend publiek bedoel ik dan. Van achter het raam, want zo hoort dat immers in deze buurt, maar dan wel keurig gekleed, en zittend aan de vensterbank.

Maar mocht je nou geen natuurlijke voorliefde hebben voor het langslopende publiek van buiten onze ring, niet getreurd. Dan kun je namelijk gewoon alsnog richting Broodbar. Voor de zoetigheden, de sapjes, cakes, taarten, maar vooral vanwege het brood. En de tosti’s, al gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat ik die helaas nog niet heb geproefd. Maar De Broodbar doet haar naam eer aan, zullen we maar zeggen. Met een simpel driestappenplan (je weet wel, zoals je ook wel bij de warmefoto 3 Aziatische to-go’s langs ziet komen), waardoor je naast hun klassiekers van de kaart, je eigen boterham kunt samenstellen. Met hoofdletter B. Of liever gezegd: BOTERHAM. Met keuze uit:

1. Het brood (4 soorten)

2. Het beleg (10 soorten), en – niet te vergeten -

3. Het bijpassend smeerseltje (10 soorten)

(en voor de liefhebber zelfs nog een supplementje)

En klaar ben je. Niets meer aan doen. Behalve dan dat het voor de twijfelkonten (waarvan akte…) het vooral een kwestie van kiezen is. Maar het goede nieuws? Het kan eigenlijk niet op. Of liever gezegd, toch wel. Want deze boterhammen zijn gewoon heerlijk. Net als hun carrotcake. En de sapjes. En de koffie. En ach, ik heb er gewoon een heerlijke tijd gehad. So. There you have it.

De Broodbar

Kloveniersburgwal 18

 


Al sinds mijn eerste dagen in Amsterdam heb ik moeite met de grachten. Dat wil zeggen: ik moet na ruim tien jaar nog steeds nadenken over de volgorde van de inner-grachten-circle. Hoe ik ook de grachtengordel op fiets, ik lijk nergens te zijn zonder eerst braaf in mijn hoofd mijn mantra a.k.a. het aangeleerde ezelsbruggetje op te dreunen (“prinsen kopen heren schoenen”), voordat ik kan bedenken bij welke gracht ik ook al weer af moest slaan om op de plaats van bestemming te komen.

Herengracht 2Het gros van de keren is dat overigens via dezelfde route, vanaf de Spiegelgracht, linea recta de Herengracht op, richting het Muntplein. Dus die weet ik inmiddels over het algemeen wel te vinden. En dat komt goed uit. Want met deze route fiets ik regelrecht naar een heerlijke locatie, de Herengracht. Niet te verwarren nu met de gracht zelf, maar met de bar-restaurant net om het hoekje van het Muntplein, dat zichzelf de afgelopen tijd iedere keer weer opnieuw lijkt uit te vinden. En dat kun je niet anders dan waarderen. Want zelfs op het grootste minpunt van deze zaak hebben ze hier nu wat gevonden.

Want dat was tot nu toe mijn enige puntje van kritiek: op een A-locatie als deze zit het terras op zomerse dagen vrijwel altijd vol. Vooral met toeristen. En daar sta je dan als Amsterdamse met je goede gedrag, wanneer je op zoek bent naar een stekje in de zon. Voor iedereen die dit wel eens overkomen is, heb ik nu de allerbeste tip: kijk de volgende keer even iets verder dan je neus lang is, loop naar binnen (ja, echt!) en voor je het weet, waan je je in Mediterrane sferen onder het dak van de groene plantanen, in – tadaa! – de Herentuin.

Herengracht 3Oftewel de binnentuin van de Herengracht. Een plek die vooralsnog wat onontdekt lijkt. Ten onrechte, en waarschijnlijk dus ook niet voor lang. Want in deze rustige binnentuin, waar de zonnestralen je  nog voorzichtig tussen het bladendek door weet te vinden, zit je heerlijk. En eet je heerlijk bovendien. In mijn geval, hoe kan het ook anders, een vers bereide steak tartare (met goeie frietjes!!). Maar met de huidige menukaart is hier voor iedereen wat wils: van simpele broodjes tot aan topsalades met het populaire quinoa-superfood en warme klassiekers als ravioli en natuurlijk de burger. Tel daarbij op een meer dan Herengracht 1vriendelijke bediening, die zelfs het glaasje water bij de koffie niet vergeten en je lunchdate kan niet meer stuk. Dat deed ‘ie in mijn geval dus ook niet.

Dus Heren van de Herengracht: het was me weer een meer dan waar genoegen. We’ll be back. Ik in ieder geval. De volgende keer graag voor een borrel, al was het maar om het plateautje oesters dat als borrelhap verkrijgbaar is (graag met een Gin Rhubarb on the side….). En als de rest van Amsterdam slim is, geldt dat ook voor hen.

De Herengracht

Herengracht 435