Waterkant 1They did it again. De Wijzen uit het Oosten hebben weer van zich laten horen, met als enige verschil ten opzichte van succesnummers als De Biertuin en Bar Bukowski dat ze voor de verandering de Amstel zijn overgestoken en zijn neergestreken op de grens tussen Oud-West en hartje Centrum. Welkom langs of liever gezegd bij De Waterkant. De nieuwste hang-out voor liefhebbers van hangen, chillen, een beetje zien en gezien worden, drinken, genieten en een beetje eten. En dat allemaal met een vleugje Surinaams, aan de voet van de Q-park in de Marnixstraat.

Waterkant 2En om de hele goegemeente kennis te laten maken met deze nieuwe hotspot in town zetten de mannen van De Waterkant gistermiddag groots in met een Opo Oso, oftewel een open huis. En daar werd flink huisgehouden. Aan het aantal fietsen te zien was ongeveer tout Amsterdam dat niet van een welverdiende vakantie aan het genieten was, uitgelopen om op z’n Surinaams te chillen in het onverwachte Amsterdamse zomerzonnetje. Resulterend in een overvol terras, rammendvolle picknicktafels, en geen onbenut plekje langs de waterkant zelf. Een wijntje, of eigenlijk liever, een Parbo’tje erbij en niets meer aan doen.

Waterkant 4Alhoewel, een lekker hapje erbij was wel lekker geweest. Want in tegenstelling tot de tropische hapjes die De Waterkant normaal gesproken gaat serveren (looking forward!), was er voor het open huis voor gekozen om het toegestroomd publiek te voorzien van hapjes in de vorm van Turks brood met kruiden-knoflook dipje en bittergarnituur, en die de waterkant ondanks vriendelijk vragen nauwelijks bereikten. Het was namelijk of genieten van de superstek of genieten van een hapje temidden van de menigte, aldus soms ietwat van zichzelf overtuigde heren en dames uit de bediening.

Waterkant 3Oh well… De zon, het biertje en het gezelschap maakten een hoop goed. Dus, de eerste indruk? Topstek. Het is inderdaad – met een avondzonnetje erbij – een prima stek om het tropische ritme aan te nemen. En gezien het succes van hun eerdere A-locaties, de opkomst tijdens de Opo Oso en de jaloerse blikken van het langsvarend publiek kunnen we de Q-Park binnen de kortste keren waarschijnlijk omdopen tot A-Park. Dus, zin in een ticket to the tropics? Fiets dan gewoon maar naar de Marnixstraat om de Nederlandse Waterkant eens te gaan verkennen.

De Waterkant

Marnixtraat 246


Net als het interieur van horecazaken zijn ook namen onderhevig aan trends. Zo zijn we binnen 020 inmiddels al lang en breed van de Franse insteek afgestapt, en via de stoere, ruige namen (As, Baut, en ga zo maar door) richting hipperig Engels en gewoonweg simpel Nederlands gegaan. Zeg maar van de Fat Dog’s en de Bur Bukowski’s tot aan de Hutspot’s, Sla’s en Venkel’s. Leuk, leuk, leuk, als je het mij vraagt.

Het verzinnen van een pakkende naam voor je eigen horecazaak is namelijk geen sinecure. Lijkt mij althans. Want ga er maar aan staan. Een naam moet bull’s eye en pakkend zijn. En lekker bekken. In dit geval meer figuurlijk dan letterlijk, alhoewel: ook andersom natuurlijk, want het zijn uiteindelijk de culinaire prestaties die de randvoorwaarde vormen voor ‘a future place to be’.

Het is dan ook niet iedereen gegund om een naam te verzinnen die catchy is. Lukt het je wel: koesteren. Maar heel soms hoeft het allemaal ook niet zo moeilijk te zijn. En is het juist de heerlijke eenvoud die telt, en zorgt voor een brede glimlach op de lippen. Omdat de naam indruist tegen alle hipper dan hipse natuurwetten. Omdat het bij de bezoekers gaat om de inhoud van het bord, en niet zozeer of je baard of casual gestylede outfit wel goed zit.

Broodje BertIk had dat persoonlijk met Broodje Bert, aan de Singel. Een zaak waar het leven gewoon draait om een broodje. Of maak hier eigenlijk maar liever Brood van. Geen fratsen, geen broden van Menno, Franse of Vlaamse Broodhuyzen. Nee, gewoon een lekker broodje, zonder al teveel tropische verrassingen. What you see is what you get. Oversized, overstuffed, grootser dan groots, rijker dan rijkelijk belegd. En dan overdrijf ik nog niet eens. Inclusief normale huis-tuin-en-keuken salade, zoals we die van vroeger kennen. En alles vers. En ook nog eens supersnel. Want bij Broodje Bert weten ze wat buffelen is. En dit geldt dus voor zowel de werknemers als de bezoekers. Want voor de laatstgenoemde doelgroep: de broodjes zijn gewoon top! Tel daarbij op een bescheiden terras aan de Singel, en een handjevol zitplaatsen binnen, en dat betekent dat je blij bent wanneer je direct een plekje hebt. Want ik ben kennelijk niet de enige die graag geniet van de heerlijke eenvoud van deze broodjeszaak. Wat mij betreft heb je bij Bert namelijk gewoon een Broodje Bravo te pakken. Niets meer, niets minder.

Broodje Bert

Singel 321


De stad blijft zich maar verder vullen met Frans-geïnspireerde, bistro-ingestoken nieuwe zaken. Klassiek Frans is het Nieuw Amsterdams, zeg maar. Terwijl het eigenlijk zo oud als de weg naar Rome is. En hoe leuk al deze nieuwe zaken wel niet zijn, met de Nacional aan het Leidseplein als de laatste aanwinst, toch zijn er in de stad nog wel een aantal zaken die op dit vlak ook het vermelden waard zijn. En al jaren weten dat het brasserie eten ongeëvenaard lekker is.

Flo 1

Zo is Brasserie Flo er eentje van het kaliber die je gewoon op je lijst met bistro-to-go’s erbij kunt zetten. Of liever: kunt laten staan. Om voor het eerst of juist te herontdekken.  Waar je met een gerust hart je (schoon)ouders mee naar toe kunt nemen, maar ook je zakenrelatie of je je-ne-sais-quoi die je op dat moment voorhanden hebt om samen een avondje te genieten. Flo is namelijk voor iedere setting een aanrader, zolang het maar niet te hipperig hoeft te zijn. Zelfs een vleugje oubolligheid kan verdragen. En als dat het geval is, dan kun je bij Flo genieten van de klassiekers, met het rood pluche in je rug. Want zo hoort dat nu eenmaal bij een zaak als Flo. Van steak tartare tot aan escargots. Van de sole meunière tot aan crème brulée.

Flo 2Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot voor kort zelf nog geen voet over de drempel had gezet bij deze zaak. En dat terwijl ik groot fan ben van het grote Flo-broertje in Reims. Wat mij betreft veruit de favoriet bij een korte pitstop in de champagne om een doosje of 1, 2 of 3 bubbels in te laden op weg naar of van het jaarlijkse vakantieadres. Omdat je hier op alle mogelijke manieren kunt genieten van de legendarische combinatie bubbels en fruits de mer. Inclusief niet te vergeten de licht chagrijnige maîtres, zoals je die alleen maar in Frankrijk kunt vinden. Alsof ze het ooit zelf hebben uitgevonden. Een heerlijke combinatie, ik kan niet anders zeggen.

Maar hoe grandioos ik deze brasserie in Reims dus wel niet vind, was het kleine Nederlandse zusje aan het Rembrandtplein tot voor kort nog steeds niet bezocht. Misschien uit angst dat ik – na zoveel goede ervaringen in Reims te hebben gehad – in Nederland de zaak slechts volledig gedesillusioneerd zou gaan verlaten.

Flo 3En ja, ik moet toegeven dat de maîtres ietwat jonger zijn uitgevallen dan bij de Franse equivalent, zij het vak wellicht wat minder tot kunst verheven hebben, en vooral niet zo heerlijk hautain zijn, maar gewoonweg beleefd en vakkundig. Maar daar blijft het bij. De Amsterdamse Flo is wat mij betreft een zaak die dus wat meer aandacht verdient dan hij nu krijgt daar in het verdomhoekje van het Rembrandtplein, schurend tegen de spelonken van de Cool Down. Het is namelijk buitengewoon goed toeven in Flo. Zelfs wanneer je de champagne voor de gelegenheid eens achterwege laat, en de glazen laat vullen met een mooie wit uit de Loire. Vis moet immers zwemmen, net als de oesters die eraan vooraf gingen. Goede tip voor de twijfelaars of de nog iets minder onderrichte oesterliefhebber: bestel vooral de proeverij. Inclusief uitleg over de smaakbeleving en de ultieme volgorde om deze schandalig lekkere schelpjes te verorberen, en dus een perfecte manier om het diner te starten.

Met een gelukzalige lach op mijn gezicht liep ik hier ‘s avonds dus weer naar buiten. En dat kwam niet alleen door de overheerlijke Dame Blanche (loved it!) die ik als derde gang nog even naar binnen had mogen werken. Nee, het was alsof ik even op een mini-vakantie was geweest. Genoten had in Reims. En dat te midden van de tourist traps op het Rembrandtplein. Dus bij deze besloten: als een etentje dat bij je teweeg kan brengen, dan moet je dat vooral dus nog een keertje doen. Waarbij ik wel moet zeggen dat ik de volgende keer de vis laat voor wat het is en me volledig te buiten zal gaan aan het echte werk: een Plateau Fruits de Mer. De Royal-variant om precies te zijn. Who’s with me?

Brasserie Flo

Amstelstraat 9

 


Het is weer zwoele heterigheid in de stad. En laten we hopen dat dat ook nog even zo gaat blijven. Voor de fanatieke niet-tijdens-het-hoogseizoen-op-vakantie-gaande Amsterdammer zijn dit namelijk legendarische maanden. Ja natuurlijk is het even op je tanden bijten zodra je merkt dat Jan en Alleman om je heen de spullen aan het verzamelen is, het werk aan het afronden, en de stekker eruit trekt. Een ritueel waar jijzelf stiekem eigenlijk ook maar al te graag aan mee zou willen doen, je tas voor zou willen pakken en erbij in de auto wil gooien. Maar ja. Kennelijk niet dit jaar. En laten we wel wezen. You always have a choice, heb ik inmiddels geleerd, en in mijn geval is dat genieten van 020 in plaats van richting La Douce France of juist die verre exotische bestemming bezoeken. En look on the bright side. Voor je het weet is iedereen weer terug op zijn plek en is alles weer bij het oude.

En tot die tijd scheuren wij gewoon de stad door. Op zoek naar heerlijk zomerse adresjes. Een van de zaken die al een tijdje op mijn verlanglijst stond, was Calf & Bloom. Tijdens de filet americain-tiplijst kregen wij namelijk de tip dat het broodje filet van deze zaak grandioos is. Zijn weerga niet kent. Om je vingers bij af te likken is. Laten we het voor het gemak maar eens een omfietsbroodje noemen. Want als je dat over wijn kunt zeggen, dan geldt dat natuurlijk ook voor eten. En zo geschiedde. Omfietsen dus. Richting Singel, voor de verandering eens afbuigend naar het Muntplein. Een gedeelte van het centrum waar ik normaal gesproken zo hard mogelijk aan voorbij trap, op naar mijn eigenlijk plaats van bestemming. Maar nu dus even niet.

foto-34

Met in mijn rug de drukte van de Kalvertoren, waar je als een beetje inwoner liever niet dood gevonden wilt worden, schoof ik aan op het terras. En ik moet zeggen….. Lekker dat het was! Niet alleen het broodje, want ja, daarvoor mogen de complimenten wel even richting de eigenaren van Calf & Bloom. Maar het terras… Je moet misschien de incidentele file – vooral op drukke dagen in de binnenstad – die voorlangs rijdt aan je broodje filet even voor lief nemen, maar dan heb je ook wat. Een zonovergoten terras, bijna plek gegarandeerd omdat maar weinig mensen langs dit gedeelte van de Singel paraderen, en had ik het al over de zon gehad? Dit is zo’n plek waar je, zodra je in het zonnetje gaat zitten, eigenlijk niet meer op zou willen staan. Omdat er gewoonweg geen obstakel is die de zon uit je gezicht zou kunnen halen. Oh ja, en dat broodje is dus ook nog eens een heerlijk hapje om je tanden in te zetten. Met een prima dosis truffelmayonaise, op een stokje van Menno. Niets meer aan doen. Enter after-lunchdip en genieten maar…

Dus voor iedereen op wie van toepassing: fijne vakantie mensen, en graag weer tot in augustus! Ik neem in de tussentijd met liefde de honneurs wel waar. Amsterdam als plaats van zomerse bestemming is immers ook zo gek nog niet.

Calf & Bloom

Singel 461